Logo Weekbladkampen.nl


Fobie voor honden

Zomaar, tijdens onze wandeling, komt er iemand op de fiets naar ons toe rijden, stopt en vraagt mij of hij een vraag mag stellen. Natuurlijk mag dit. Mijn hond is er al op voorbereid dat dit een gesprek gaat worden en gaat alvast naast mij zitten.

"Iedere hond die ik tegenkom, of hij nu los loopt of niet, wil mij aanvallen. Althans, dat gevoel heb ik. Het doet er ook niet toe of het een grote of een kleine hond is, ik ben voor alle honden even bang. En ze moeten mij ook allemaal hebben."

"Dan zal dit toch uw uitstraling zijn," hield ik hem voor, "maar daar heeft u niets aan. Ik kan nu wel zeggen dat het allemaal wel meevalt en dat honden niet zomaar lukraak aanvallen, maar zo ervaart u het niet. De gedachte zit, denk ik, bij u zo diep dat het op een vooroordeel gaat lijken. U ziet in iedere hond een behaard, verscheurend monster."

"Er loopt altijd iemand met een hond die volgens mij nog jong is," vervolgde hij. "Die rent altijd recht op mij af. Hoe komt dit dan?"

"Ontegenzeggelijk reageert u op een schrikachtige manier. Deze afwerende bewegingen zijn voor, met name een jonge hond, het sein om te gaan achtervolgen op een speelse manier. Dit ervaart u, heel begrijpelijk, als een potentiële aanval. Net doen of er helemaal geen hond is en gewoon doorlopen, zal in de meeste gevallen al helpen. Doodstil blijven staan, als het ware 'bevriezen' is ook een optie. U bent dan namelijk geen prooi meer. Zelfs niet voor loslopende honden. Maar doe mij eens een lol. Rijd door Kampen en tel eens hoeveel honden er werkelijk loslopen. Dan bent u na afloop al een bedreiging kwijt, want dat zijn er echt niet veel."

Dat het inderdaad om diepgewortelde angst ging, werd mij evenzeer duidelijk aan de hand van zijn volgende verhaal. "Toen ik eens in de verte een paar mensen zag die samen waren met een hond die voor mij op een bouvier leek, bedacht ik wat ik moest doen. Of met een grote boog er omheen, of een zijstraat in, of teruglopen. Omdat ik uiteindelijk dacht dat die mensen de hond wel vast zouden houden, besloot ik om er toch maar langs te gaan. Bij nadering zag ik dat het geen hond was die op straat lag, maar een grote bos touw. Ook loopvriendinnen van mijn vrouw, die mij vroegen of ik geen zin had om eens mee te lopen, moest ik bekennen dat ik al lopend, bang was om honden tegen te komen."

Terwijl hij mij deze verhalen vertelde zei ik hem door te gaan met vertellen, omdat het voor mij echt interessant werd. Maar intussen leidde ik mijn hond gewoon in zijn richting, totdat deze hem bijna aanraakte. "Waarom toont u nu geen angst?" was mijn vraag. "Door ons gesprek vertrouw ik deze hond. Het is een grote brok psychologie merk ik," was zijn antwoord.

'Nou Frank," - zijn naam meen ik in de loop van ons gesprek, tenminste als de batterijtjes van mijn hoortoestelletjes niet hebben geweigerd, te hebben opgevangen - "als je er iets aan wilt doen, zorg dan dat je veilig, stap voor stap met honden in aanraking komt."

We namen afscheid met zijn woorden: misschien is dit gesprek wel een aanleiding voor mijn verwerking.

reageer als eerste
Meer berichten