Logo Weekbladkampen.nl


Column Bert Nieuwenhuis: Vriendschap is een illusie

Dit bedenkt een mannetje uit Kampen of IJsselmuiden niet in z'n eentje, maar hier is ook door anderen over gedacht. Hoe kom je hierop? Nou, de omgang mens – hond is best hecht, temeer als we bedenken dat in Nederland bij benadering één op de zeven mensen een hond als metgezel heeft. Maar wordt die hond werkelijk wel altijd door zijn mensenroedel als vriend gezien en ziet de hond omgekeerd zijn mensen altijd als vriend?

Een feit is, en dit bedenkt datzelfde mannetje ook niet zelf, maar heeft de wetenschap voor hem aangetoond, dat mensen en honden beiden het hormoon oxytocine aanmaken. Dit hormoon zorgt voor een rustgevend effect en roept een vriendelijk, verzorgend gevoel op. Een experimentele behandeling hiermee heeft een veelbelovend resultaat ten opzichte van autisme laten zien. Door de vorming van oxytocine bij allebei ontstaat er dan ook een hechte relatie tussen baas en hond.

Door die hechte relatie heeft de hond het vermogen sommige dingen te leren die de mens van hem wil, omdat hij de gedragingen van de mens kan leren kennen. Dit voert zo ver, dat het zelfs tegen zijn natuur in gaat. Hierbij kunnen wij denken aan het apporteren van wild.

Eigenlijk zou het dier het aangeschoten wild dat hij heeft gevonden, moeten verslinden, dus voor zichzelf houden. Toch gaat de jager er met de buit vandoor en krijgt de hond een schouderklop als beloning.

Tijdens het hoeden van schapen moet de hond eigenlijk ook een verandering aanbrengen in zijn natuurlijke gedrag. In plaats van de vluchtende dieren als prooi te zien en ze rechtstreeks te achtervolgen, moet de hond een gedachtedraai maken en ze alleen maar in de gaten houden en omcirkelen. Het enige natuurlijke gedrag in beide gevallen is de samenwerking met de menselijke roedelgenoot. Ondanks dit moet het dier toch wel concessies doen.

Wat sommige bazen betreft mogen we stellen dat die ook niet altijd tevreden zijn met de spreekwoordelijke handel, maar vooral de wandel van hun beest. Hoewel ze zich in veel gevallen goed geïnformeerd hebben, valt het in de praktische omgang soms erg tegen. Meestal ligt dit in het feit dat mens en dier elkaar niet goed genoeg aanvoelen en dat daardoor de mens, voor de mens heel begrijpelijke signalen naar de hond afvuurt, die het dier niet begrijpt.

Omdat we niet kunnen verwachten dat de hond op zijn beurt, dit onder woorden brengt, zijn wij degenen die ons moeten inleven in de hondentaal. Voor hen die dit niet kunnen of willen is er een oplossing: neem geen hond.

Een geruststelling voor ons is, dat we echt niet hoeven aan te leren hoe wij moeten apporteren, of dat wij achter een kudde schapen aan moeten rennen om ze daarna bij elkaar te drijven en in de kring te houden. Dat vergt teveel van ons inleving – en aanpassingsvermogen.

Bovendien zou die hond ons daardoor niet vriendelijker vinden. Waarschijnlijk zou hij het ervaren als concurrentie in zijn werkomgeving.

1 reactie
Meer berichten